Introductie: SMART-doelen stellen
β± 8 min
1
Docent bespreekt de SMART-methode: Specifiek (wat precies?), Meetbaar (hoe weet je dat je het gehaald hebt?), Acceptabel (past het bij jou?), Realistisch (haalbaar?), Tijdgebonden (wanneer?). Verschil: 'ik wil beter worden in wiskunde' vs. 'ik ga elke week 30 min extra oefenen en haal een 6 voor de volgende toets'.
Mijn SMART-doelen
β± 13 min
2
Stel concrete SMART-doelen voor jouw toekomst op drie tijdshorizonten.
β‘ Korte termijn (de komende 3 maanden)
π‘ Voorbeeld: Bijv: Ik haal voor de volgende wiskundetoets een 6 door elke week 30 min extra te oefenen.
π
Middellange termijn (dit schooljaar)
π‘ Voorbeeld: Bijv: Ik ga dit jaar een bijbaan zoeken en 3 maanden werkervaring opdoen.
π Lange termijn (over 5β10 jaar)
π‘ Voorbeeld: Bijv: Ik studeer af aan de hbo-opleiding psychologie en werk in de jeugdzorg.
Mijn actieplan
β± 11 min
3
Maak een concreet actieplan voor de komende drie maanden.
Maak een concreet actieplan voor de komende 3 maanden. Wat ga jij echt doen?
π School & leren
π€ Sociaal & vriendschappen
π Gezondheid & welzijn
π Loopbaan & toekomst
Afsluiting
β± 8 min
4
Schrijf een motiverende brief aan jezelf voor als het moeilijk wordt.
π€ Jouw werk bewaren en delen
Sla jouw antwoorden op of stuur ze door naar jouw mentor of docent.